De (onvoltooide) zoektocht van Henk Fraser bij Sparta: een analyse van de eerste seizoenshelft

Sparta eindigt de eerste seizoenshelft als nummer drie van de Keuken Kampioen Divisie op korte afstand van de koploper. Hoewel menig Spartaan hier voorafgaand aan het seizoen voor had getekend, zijn er nog genoeg vraagtekens. Pro Sparta Online besloot te gaan puzzelen en maakte een analyse van de eerste fase van het seizoen. Waar staat Sparta nu eigenlijk? 

Pragmatisme
Henk Fraser houdt niet vast aan één formatie, zoveel is duidelijk na een halfjaar. Deels een pragmatische keuze, maar ook deels omdat hij de ideale formatie nog niet heeft gevonden. Fraser is aanhanger van de Hollandse School, van het 4-3-3 systeem, maar niet ten koste van alles. Zo heeft hij meermaals aangegeven te vinden dat men in Nederland is doorgeslagen in het opleiden in aanvallend voetbal. De Rotterdammer predikt een realistische aanpak, als gevolg waarvan zijn keuze aan het begin van het seizoen viel op het 5-3-2 systeem. Het ideaalbeeld van Fraser was aan het begin van het seizoen dat het 5-3-2 systeem op termijn plaats zou maken voor een 3-5-2 of 3-4-1-2 systeem. Dat is, uitzonderingen daargelaten, ook gebeurd. 

Omdat de formaties regelmatig tijdens wedstrijden in elkaar over lopen, is het moeilijk om een vast systeem te plakken op het voetbal dat Fraser speelt. Feit is wel dat Sparta in meer dan 30% van de wedstrijden heeft geopereerd in een 3-4-1-2 systeem. Met name de laatste maand is een tendens naar het 3-4-3 systeem waarneembaar. Sparta zoekt, zij het voorzichtig, meer de aanval, maar oogt daardoor defensief kwetsbaarder. Een aspect dat mogelijk ook voor een deel toe te schrijven is aan het gebrek aan vastigheid. Aan de andere kant: geen ploeg in de Keuken Kampioen Divisie zag de tegenstander in de eerste seizoenshelft minder pogingen ondernemen om te scoren dan Sparta. 

Sparta mist diepte
Wat Sparta echter al het hele seizoen mist, ongeacht het systeem, is diepte in het spel.  Gevolg is dat te vaak de lange bal wordt gehanteerd richting Lars Veldwijk. Het is een relatief veilige oplossing bij gebrek aan alternatieven, maar geen tactiek die Sparta op de lange termijn windeieren gaat leggen. Acht ploegen hanteren dit seizoen vaker de lange bal dan Sparta. Tot die acht ploegen behoren onder andere FC Volendam (13), RKC Waalwijk (14), Telstar (15), FC Eindhoven (16), Helmond Sport (18) en FC Dordrecht (19). Koploper in dit rijtje is, dat dan weer wel, FC Oss, dat keurig vijfde staat. 

Maar wat als het mikpunt van de lange bal, Veldwijk, de man met het neusje voor doelpunten, plots wegvalt? Dan heeft Sparta, ondanks het feit dat de aanvaller zich volgens de buitenwacht te vaak onttrekt aan het spel, echt een probleem. En dan hebben we het nog niet eens gehad over zijn doelpuntenproductie, want Veldwijk is halverwege het seizoen niet voor niets topscorer van de Keuken Kampioen Divisie. Raakt Sparta Veldwijk kwijt, dan levert het in één klap 42% van de doelpuntenproductie in. Als de kapstok omvalt, dan moeten de jassen ergens anders aan worden opgehangen. De vraag is waaraan, want wat is plan B?  

De afhankelijkheid van Veldwijk is op dit moment groot. Geconcludeerd mag worden dat, in plaats van vloeiend aanvalsspel, de offensieve daadkracht van Sparta te vaak van toevalligheden aan elkaar hangt. Terwijl de mogelijkheden tot verzorgd aanvalsspel er gezien het beschikbare materiaal wel zouden moeten liggen. 

Voetballend vermogen
Over voetballend vermogen beschikt Sparta namelijk genoeg. Kijk naar Deroy Duarte en Abdou Harroui. Beide talenten leveren Sparta in offensief opzicht – zeker gezien hun talrijke kwaliteiten – tot op heden te weinig op. Het is mede het gevolg van het regelmatig statische en fantasieloze voetbal dat Sparta op de mat legt, ook omdat de ruimtes aan de zijkanten te vaak onbenut blijven.

In het kampioensjaar 2015/2016 was Ryan Sanusi verantwoordelijk voor zes doelpunten. Cijfers waar Duarte, Harroui en ook Breinburg nog niet bij in de buurt komen. Duarte en Harroui moeten het vooralsnog doen met één schamele treffer in respectievelijk 1514 en 1586 speelminuten. Breinburg vond het net in 742 minuten verdeeld over elf wedstrijden nog niet. Ter vergelijking: Richard van der Venne (Go Ahead Eagles, 1556 speelminuten) maakte er bijvoorbeeld al zes. 

Te verklaren zijn de cijfers van Harroui en Duarte wel: ze komen amper in schietpositie. Harroui en Duarte schieten met 0,81 schot gemiddeld zelfs minder dan eens per wedstrijd. 19,8% van die schoten belandt tussen de palen. Het zegt niet alles, maar is toch het vermelden waard: Sanusi schoot in het kampioensjaar gemiddeld 2,22 keer per wedstrijd, waarvan 41,9% op doel. Een gevolg van het feit dat Sparta destijds veel actiever was op de helft van de tegenstander dan in het heden.

Ruimte voor de buitenspeler?
Wie daarentegen kijkt naar de nummer 10 van Sparta, Mohamed Rayhi, ziet dat geen enkele aanvallende middenvelder in de Keuken Kampioen Divisie vaker doel trof dan de voormalig NEC’er. Zevenmaal in vijftien wedstrijden, waarvan vier in de laatste twee thuiswedstrijden van de eerste seizoenshelft tegen Almere City en Jong AZ. Toeval of niet: Sparta startte in die wedstrijden in een 3-4-3 opstelling met Rayhi… als linksbuiten.

Gezien het feit dat Sparta op korte termijn een nieuwe nummer 10 wil presenteren, lijkt het erop dat Fraser broedt op een andere samenstelling van de voorhoede. Het is aannemelijk dat Rayhi met ingang van de tweede seizoenshelft zal gaan opereren vanaf de linkerkant. Omdat Royston Drenthe de laatste weken voor de winterstop regelmatig zijn opwachting maakte als rechtsbuiten, lijkt het er voorzichtig op dat Fraser (meer) ruimte gaat maken voor de buitenspeler.

Interessante bewegingen dus in aanloop naar de start van de tweede seizoenshelft. En als de voortekenen niet bedriegen, dan zijn het ontwikkelingen die moeten worden toegejuicht.

@slkooijman

Comments are closed